Een score van 4-0 was natuurlijk de enige juiste geweest om de tegenstander het predikaat “losers” te geven, ofwel dit bericht te koppen met “tegenstander verlaat veld met staart tussen de benen.” Waarmee ik nu niet wil beweren dat we slecht gespeeld hebben, integendeel. Met een winst van 3-1 de zaal verlaten is minstens zo bewonderenswaardig, zeker voor een eerste wedstrijd in een ietwat veranderde formatie. Met een stevige basis begonnen en daarbij leek het al snel een walk-over te worden. Dit droombeeld werd alras vervangen door een meer realistisch beeld; een tweede set, waarin onze concentratie verminderde en de tegenstander meer gas kon geven. Deze tegenstander trok een sprint en wij hadden het nakijken… Gelukkig wisten we nog goed bij te komen, wat resulteerde in een 25-22 verlies. In de derde set was de concentratie terug, we deden waar we goed in zijn (zoals de eerste set al deed vermoeden): winnen! Het leek zowaar alsnog een walk-over te worden, ware het niet dat de tegenstander, zowel in de derde als laatste set nog redelijk terug wist te komen. Genoeg over die tegenstander (jonge honden met een Freek de Jonge look alike in hun midden). De ware kracht lag bij ons, al waren we niet allemaal even tevreden over het verloop, ons spel, onze individuele inzet. Who cares…natuurlijk valt er altijd wel het één en ander te verbeteren, het getuigt van een goede en gezonde instelling. De kop is eraf! En dat hebben we gevierd met een overheerlijke teamschotel (helaas geen komkommer etc, sorry Ronald). Ik wil afsluiten met deze: “Natuurlijk is winnen niet alles. Het is het enige.”